Aangifte inkomstenbelasting 2020

Binnenkort ontvangt u van de belastingdienst een uitnodiging om aangifte inkomstenbelasting te doen over het jaar 2020. Ondanks het feit dat het volgens de belastingdienst steeds makkelijker moet worden om aangifte te doen, blijkt dat veel belastingplichtigen zich afvragen welke stukken aangeleverd moeten worden om aangifte te kunnen doen.

Om u te helpen met het verzamelen van de stukken, hebben we voor u een checklist op de website gezet waarin de meest voorkomende situaties zijn opgenomen. Heeft u een opgave ontvangen waarbij u twijfelt of dit van belang kan zijn, neem dan contact op.

BD2020

Vergeet niet:
– dat veel jaaropgaven tegenwoordig digitaal/online te vinden zijn. Denk aan banken en/of uitkeringen. Ook veel werkgevers verstrekken jaaropgaven digitaal.
– uw bankafschriften door te bladeren om te zien of u eenmalige inkomsten of uitgaven heeft gehad.
– dat het ook mogelijk is om uw stukken digitaal aan te leveren. Als u een email stuurt met daarin het verzoek, krijgt u een unieke link naar een map waar u documenten (PDF, JPEG) kunt plaatsen.
– om de checklist te downloaden, in te vullen en aan te leveren.

Aangifte inkomstenbelasting 2019

Waarschijnlijk heeft u afgelopen week van de belastingdienst een uitnodiging ontvangen om aangifte inkomstenbelasting te doen over het jaar 2019. Ondanks het feit dat het volgens de belastingdienst steeds makkelijker moet worden om aangifte te doen, blijkt dat veel belastingplichtigen zich afvragen welke stukken aangeleverd moeten worden om aangifte te kunnen doen.

Om u te helpen met het verzamelen van de stukken, hebben we voor u een checklist op de website gezet waarin de meest voorkomende situaties zijn opgenomen. Heeft u een opgave ontvangen waarbij u twijfelt of dit van belang kan zijn, neem dan contact op. 

Vergeet niet:
– dat veel jaaropgaven tegenwoordig digitaal/online te vinden zijn. Denk aan banken en/of uitkeringen. Ook veel werkgevers verstrekken jaaropgaven digitaal.
– uw bankafschriften door te bladeren om te zien of u eenmalige inkomsten of uitgaven heeft gehad.
– dat het ook mogelijk is om uw stukken digitaal aan te leveren. Als u een email stuurt met daarin het verzoek, krijgt u een unieke link naar een map waar u documenten (PDF, JPEG) kunt plaatsen.
– om de checklist te downloaden, in te vullen en aan te leveren.

Bijtelling privé gebruik auto vanaf 1 juli 2017

Vanaf 1 juli 2017 krijgen we voor het eerst te maken met het verstrijken van de 60-maanden termijn welke voorkomt bij de bijtelling privé gebruik auto.
Met name voor auto’s in de categorie (plugin) hybride en elektrisch kan dit voor een grote wijziging in de forfaitaire bijtelling voor privé gebruik auto zorgen.
Aan de hand van onderstaand schema en voorbeelden willen we verduidelijken hoe de bijtelling moet worden bepaald na het verstrijken van de termijn.
Tijdig voorsorteren om een onverwacht hoge belastingaanslag te voorkomen is dan ook ons advies.



Bijtelling privé gebruik bestelauto?

Soms is er onduidelijkheid of er voor een bestelauto wel of geen (forfaitaire) bijtelling voor privégebruik moet worden toegepast. Een intern stuk van de fiscus hierover is nu beschikbaar.

Goederenvervoer
In principe geldt voor een bestelauto geldt dezelfde bijtelling voor privégebruik zoals we die kennen voor gewone personenauto’s. Een uitzondering is er voor de bestelauto die ‘naar aard en inrichting uitsluitend of nagenoeg uitsluitend geschikt is voor het vervoer van goederen’. Dit begrip is door de rechtspraak de laatste jaren steeds verder uitgebreid. Onlangs is er een intern stuk openbaar gemaakt waarin de ‘Belastingdienst/team Auto/Privégebruik auto’ een overzicht geeft van deze rechtspraak.

Vier categorieën
Er zijn vier ‘soorten’ bestelauto’s die door hun aard en inrichting uitgezonderd zijn van de forfaitaire bijtelling:

  1. De bestelauto waarvan de bijrijdersstoel is verwijderd en ook de bevestigingspunten niet meer beschikbaar zijn.
  2. De bestelauto waarbij het vloeroppervlak van de laadruimte 90% of meer bedraagt van het totale vloeroppervlak. Tevens moet de laadruimte ook 90% of meer van de totale inhoud zijn.
  3. De bestelauto die zo groot is dat hij niet in een parkeergarage kan, waarbij er vaste stellingen in de laadruimte zitten en waarbij de bijrijdersstoel functioneel is aan het laden en lossen.
  4. De bestelauto die vies en stoffig is waarbij ook de bijrijdersstoel functioneel is aan het laden en lossen.

Hoe groot precies een auto moet zijn om te groot te zijn of hoe vies en stoffig een auto moet zijn, zal per situatie bekeken moeten worden. In geval van twijfel kan er vooroverleg met de belastingdienst gepleegd worden.
Natuurlijk kunt u uit voorzorg een sluitende kilometeradministratie bijhouden.
Ook bestaat de mogelijkheid een verklaring ‘uitsluitend zakelijk gebruik’ aan te vragen. Let wel op dat er dan geen enkele kilometer privé mee gereden mag worden!

Geen bijtelling, wel privé-kilometers?
Als er geen forfaitaire bijtelling geldt, maar de bestelauto toch privé wordt gebruikt, dan wordt de waarde van het privégebruik belast. Het aantal privé-kilometers wordt dan vermenigvuldigd met de kilometerprijs voor de betreffende bestelauto.
Vaak zal de correctie op basis van werkelijke privé kilometers lager uitpakken dan de forfaitaire bijtelling.

Meer informatie
Voor degene die het interne stuk wil lezen kunt u die hier vinden. Heeft u vragen hoe met uw bestelauto om te gaan, zijn wij altijd bereikbaar om mee te denken.

Uitstel Wet DBA tot 2018

Het kabinet heeft gereageerd op de toenemende onrust over de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA) door de werking van de wet uit te stellen in elk geval 2018. De signalen van zzp’ers dat zij geen opdrachten meer krijgen door alle onduidelijkheid heeft dus (tijdelijk?) zijn vruchten afgeworpen.

Het gaat toch om werk, inkomen, bestaanszekerheid. Dat kunnen we ondernemers niet aandoen“, zegt staatssecretaris Wiebes van Financiën over de zzp’ers. Dat opdrachtgevers minder vaak zaken doen met schijnzelfstandigen is volgens het kabinet het probleem niet. “Maar soms worden ook echte ondernemers niet ingehuurd, en dat is niet goed.

Geen boetes

Wiebes zegt dat het komende jaar, of langer als dat nodig is, de knelpunten van de wet worden opgelost. Intussen wordt de handhaving van de wet uitgesteld en dat betekent dat de Belastingdienst geen boetes uitdeelt of naheffingen oplegt.
Met een uitzondering voor de echte kwaadwilligen“, zegt Wiebes. Dat zijn zzp’ers en opdrachtgevers die duidelijk een werkgevers-werknemersrelatie hebben, en er dus duidelijk geen sprake is van een zelfstandige ondernemer.

Het kabinet heeft de Tweede Kamer inmiddels van het besluit op de hoogte gesteld. Ook daar zijn veel twijfels ontstaan over de juiste uitwerking van de wet.
Premier Rutte: “De wet heeft een doel, en dat is schijnzelfstandigheid eruit filteren. Maar we willen proberen de onduidelijkheid weg te nemen.
Minister Asscher van Sociale Zaken: “Waar het ons om ging is het bestrijden van schijnzelfstandigheid. Daar is iedereen het mee eens. Maar het is niet onze bedoeling om ondernemers te beknotten.” Volgens minister Asscher komt het vaker voor dat een kabinet bij bepaalde wetgeving moet “bijsturen”.

Bewaarplicht van digitale facturen

Als ondernemer bent u verplicht uw administratie minimaal zeven jaar te bewaren. Hierbij is het van belang dat de facturen controleerbaar zijn. Nu steeds meer facturen digitaal worden verstuurd, hoe zorgt u er dan voor dat deze voor bij een eventueel boekenonderzoek controleerbaar zijn?

Bewaren facturen

Twee goede redenen om uw facturen op de juiste wijze te bewaren zijn:

  1. Belastingcontrole: u moet uw administratie op een zodanige wijze bewaren dat u bij een belastingcontrole binnen een redelijke termijn alle opgeslagen factuurgegevens ter beschikking kunt stellen.
  2. Echtheidskenmerken: u moet kunnen aantonen dat de factuur alle echtheidskenmerken nog bevat. U moet uw inkoop- en verkoopfacturen dan ook bewaren in de originele vorm. De digitaal verstuurde en ontvangen facturen moeten daarom digitaal worden opgeslagen en bewaard.
    Digitale facturen af te drukken en vervolgens te verwijderen is dus niet toegestaan.
    Omgekeerd geldt hetzelfde: wordt een papieren factuur gescand, is het aan te raden om ook de papieren factuur te bewaren. Bij het scannen kunnen bepaalde gegevens, bijvoorbeeld het watermerk, verloren gaan.
Digitale facturen

U moet uw digitale facturen dus niet alleen digitaal bewaren, maar het is ook aan u om aan te tonen dat de facturen niet gewijzigd zijn nadat deze zijn ontvangen, dan wel zijn verzonden.

U kunt dit doen door:

  • het pdf-bestand van uw inkoopfactuur te beveiligen. En bewaar de e-mail waarin u de factuur heeft ontvangen. Dit geldt eveneens voor uw verkoopfactuur.
  • een elektronische handtekening van de afnemer te vragen. Ook is het raadzaam opdrachtbevestigingen, betalingsbewijzen, e.d. die bij de facturen horen, te bewaren.
Afwijkende afspraken met fiscus

Natuurlijk is het mogelijk om individueel afspraken te maken met de Belastingdienst over de wijze waarop u uw facturen (en uw administratie) bewaart. De gemaakte afspraken zijn alleen van toepassing voor de fiscale wetgeving. Zo kunt u een afspraak maken over het printen en/of wijze van bewaren van digitale facturen.

Boete

Als u niet aan de (afgesproken) bewaarplicht voldoet, kan dit heel vervelend voor u uitpakken. De Belastingdienst kan niet alleen een boete opleggen, maar u kunt ook strafrechtelijk vervolgd worden.

Prinsjesdagspecial 2016

20 september 2016 was het Prinsjesdag en is het Belastingplan 2017 gepresenteerd.
In samenwerking met Fiscaal up to Date heeft het Register Belastingadviseurs de voorgestelde fiscale maatregelen voor u samengevat in de RB Prinsjesdagspecial 2016.
Mocht u naar aanleiding van één of meerdere onderwerpen vragen hebben, zijn wij graag bereid u van een nadere toelichting te voorzien.

Vrijval voorziening voor borgstelling kwijtscheldingswinst

Casus

X bezat middellijk 40% van de aandelen BV B. In augustus 2007 sloot BV B een krediet af bij de bank waarbij X zich borg stelde voor € 150.000. In mei 2010 ging BV B failliet. In juni 2011 werd X aangesproken door de bank. X kon het bedrag van € 150.000 niet betalen en bood daarom aan € 30.000 te betalen tegen finale kwijting. De bank ging akkoord, waarna X betaalde op 3 augustus 2011.

Meningsverschil

De inspecteur accepteerde bij de aanslagregeling Inkomstenbelasting 2010 een voorziening van € 150.000 en nam voor 2011 een TBS-resultaat van € 120.000 in aanmerking. X ging in beroep tegen de aanslag Inkomstenbelasting 2011.
Rechtbank Den Haag was het met de inspecteur eens dat de kwijtscheldingswinstvrijstelling niet van toepassing was, maar Hof Den Haag dacht daar anders over. Op het beroep in cassatie van de staatssecretaris heeft A-G Niessen een conclusie uitgebracht. De A-G leidde uit een arrest van de Hoge Raad van 9 maart 2012 af dat de met de regresvordering rechtstreeks samenhangende betalingsverplichting van de borgsteller aan de crediteur behoorde tot het werkzaamheidsvermogen vanaf het moment waarop de borgstelling tot stand kwam. In het jaar voorafgaand aan de betaling, kon dan uit hoofde van de borgtocht een passiefpost worden gevormd voor de toekomstige uitgave. Wanneer werd afgesproken dat de verplichting werd teruggebracht en daarna het restant werd betaald, werd de eerder gevormde voorziening afgewikkeld. Voor een deel werd zij afgeboekt in verband met de betaling (€ 30.000) en voor het restant werd zij ten gunste van de winst verminderd (€ 120.000). Per saldo leidde X volgens de A-G dus een verlies van € 30.000, nadat aanvankelijk ervan was uitgegaan dat het verlies € 150.000 zou bedragen.

Advies advocaat-generaal

Het verschil van € 120.000 was volgens de A-G kwijtscheldingswinst. De afboeking van het restant van de voorziening vloeide namelijk voort uit het feit dat de bank voor het overige zijn vordering op X had prijsgegeven. Ondanks het accessoire karakter van de borgtocht, bestond volgens de A-G immers tussen de schuldeiser en de borg een zelfstandige verbintenis die door de crediteur geheel of gedeeltelijk kon worden prijsgegeven. De A-G adviseerde de Hoge Raad het beroep in cassatie van de staatssecretaris ongegrond te verklaren.

(via Fiscaal up to Date)

Anticipeer op de nieuwe box-3 heffing

Hoe werkt de nieuwe box-3 heffing?

De bestaande box-3 heffing gaat ervan uit dat u 4% (fictief) rendement per jaar maakt, waarover u 30 procent belasting betaalt. Dat betekent dat de belastingdienst 1,2% van uw rendement neemt. Bij een rendement op uw spaarrekening van zeg 0,5% per jaar, betekent het dus dat u, na aftrek van de belasting, 0,7% per jaar negatief spaart. De belastingdruk op uw rendement is, in dit voorbeeld, maar liefst 240%. En dan hebben we de inflatie, die het vermogen ook uitholt, nog achterwege gelaten.

In het nieuwe systeem (met ingang van 2017) wordt het, met name voor de vermogens boven de 100.000 euro, nog slechter. Het belastingpercentage blijft 30% maar het bestaande (fictieve) rendement van 4% wordt ingeruild voor een rijtje dat varieert van 2,91% tot 5,5%. Daardoor wordt het deel uit het werkelijke rendement dat de belastingdienst zich toedeelt, ook anders. Die gaat variëren van 0,9% bij de eerste schijf tot 1,65% bij de derde schijf. Met de huidige lage rente is het dus nu al duidelijk dat de belastingdienst met de nieuwe rekenmethode opnieuw meer dan 100% belasting gaat heffen op het rendement.

Schijf Grondslag box 3 Percentage 1,63% Percentage 5,5% Gecombineerd percentage
1 Tot en met 75.000 euro 67% 33% 2,91%
2 Van 75.000 euro tot en met 975.000 euro 21% 79% 4,69%
3 Vanaf 975.001 euro 0% 100% 5,5%

Grondslag is totaal vermogen minus heffingvrij vermogen van 25.000 euro per persoon.

Een aantal tips om te anticiperen op de nieuwe box-3 heffing
Verminder uw box-3 vermogen voor 1 januari 2017

Een simpele boodschap: als je in de verkeerde box (3) zit, zorg dan dat het geld er voor 1 januari aanstaande niet meer staat. Door een eigen BV of een fonds voor gemene rekening op te richten en uw geld daar in te stoppen, kunt u wegblijven uit box 3. Bij zo’n alternatief is de belasting 40% van het werkelijke rendement. Bij een spaarrente van 0,5% is de belastingdruk 0,2%. Dat klinkt vriendelijker dan 1,65% van een (te hoog) fictief rendement. Het nadeel van dit alternatief is wel dat er meer kosten (administratie, belastingaangifte) aan zijn verbonden. Veel kunt u vast zelf doen waardoor die kosten beperkt kunnen blijven.

Los dit jaar (een deel van) de lening voor uw eigen woning af met spaargeld

Aflossen van (een deel van) uw lening voor uw eigen woning met uw eigen spaargeld kan voordelig zijn. U bespaart dubbel: minder belastingdruk op uw box-3 vermogen en ook nog eens lagere woonlasten. Als u voor uw lening 4% rente moet betalen terwijl uw spaargeld maar met 0,4% rendeert, dan kan extra aflossen heel profijtelijk zijn. Pas wel op voor boeterente als u extra aflost. Informeer daarom eerst bij uw hypotheekverstrekker. Ook als u een spaarhypotheek hebt, moet u hier extra aandachtig aan schenken.

Sluit leningen voor uw eigen woning (over) binnen de familiekring

In de familiekring kan (vaak) een kind geld nodig hebben voor een huis en een ander (meestal een ouder of oom/tante) kan vermogen hebben dat op de bank nauwelijks rendeert met de huidige lage rente. Geld uitlenen binnen de familie kan dan een win-win situatie zijn. Een (hypothecaire) lening geven tegen bijvoorbeeld 3% levert de ouder wat meer op dan de spaarrekening en voor het kind is het om het even of er 3% betaalt wordt aan een bank of aan een familielid. Is er nog ruimte om te schenken en wil de ouder een deel van het voordeel aan het kind geven, bestaat daar ook een mogelijkheid voor.

Betaal uw voorlopige belastingaanslagen voor 1 januari 2017

Aanwezige belastingschulden op de peildatum zijn niet aftrekbaar. Een lager banksaldo heeft wel invloed op de peildatum. Nog niet betaalde belastingaanslagen kunt u dan ook beter voor 1 januari betalen dan na 1 januari. Denkt u, of weet u, dat u voor het jaar 2016 moet gaan bijbetalen, vraag dan alvast een hogere voorlopige aanslag aan en betaal die voor de peildatum.

Maak individueel bezwaar tegen de belastingaanslag over 2017

De kans is groot dat de rechter de nieuwe box-3 heffing niet goedkeurt. Er is (opnieuw) een stapeling van allerlei ficties en forfaits, er zijn allerlei discutabele uitgangspunten gehanteerd, er is nog steeds geen tegenbewijsregeling en de relatie met de werkelijkheid is ver te zoeken. Kortom, er is een (grote) kans dat de rechter deze heffing gaat afkeuren.

De verwachting is dat er inzake de nieuwe box-3 heffing, best weer een massaal bezwaar procedure gaat komen. U heeft de beste kaarten wanneer u juist niet meedoet aan een massaal bezwaar procedure en in plaats daarvan individueel bezwaar maakt. Als u individueel bezwaar maakt, mag u namelijk een extra argument in uw bezwaarschrift opvoeren. Het gaat dan om de zogenoemde individuele buitensporige last. U mag duidelijk maken dat juist u als individu hard wordt getroffen door de nieuwe belastingmaatregel. Bij massaal bezwaar is de procedure meer gericht op het nieuwe stelsel zonder dat naar de individuele uitkomst wordt gekeken.
Waarschijnlijk is dit nog niet het laatste dat er voor 1 januari 2017 gezegd en geschreven wordt over de nieuwe box-3 heffing.

Duidelijkheid pensioen in eigen beheer

Eindelijk is er door de staatssecretaris duidelijkheid gegeven wat er gaat gebeuren met het pensioen in eigen beheer dat DGA’s hebben opgebouwd bij hun BV. Vanaf 2017 wordt het pensioen in eigen beheer uitgefaseerd. Op Prinsjesdag dient hij hiervoor een wetsvoorstel in. Hierin komt een driejarige ‘fiscaalvriendelijke’ afkoopvariant. In 2017, 2018 en 2019 geldt een korting voor de loonheffing. Hoe eerder een DGA het opgebouwde pensioen afkoopt, hoe meer korting hij krijgt. Ook kan de DGA kiezen voor een spaarvariant bij uitfasering.

Problematiek bij pensioen in eigen beheer

Het pensioen in eigen beheer op de balans van de BV kent een aantal problemen. Het grote verschil tussen de commerciële en de fiscale waarde van de pensioenrechten in eigen beheer speelt de hoofdrol. Dit is vaak een bottleneck voor het (wel of) niet kunnen doen van een dividenduitkering. Een manier om dit op te lossen is het uitfaseren van pensioen in eigen beheer.

Uitfaseren met afkoop

Voor nieuwe jaren is het niet meer mogelijk om pensioen in eigen beheer in de BV op te bouwen. De reeds opgebouwde pensioenrechten mogen zonder afrekenen worden afgestempeld naar de (vaak veel) lagere fiscale (balans)waarde. Daarna mag de pensioenverplichting in 2017, 2018 of 2019 (volledig) worden afgekocht tegen de fiscale waarde op 31 december 2015. De staatssecretaris kiest voor een driejarige afkoopmogelijkheid in plaats van één jaar. De korting is in 2017 het hoogst om een snelle afkoop te stimuleren.

Jaar Korting loonheffing Deel afkoop belast
2017 34,5% 65,5%
2018 25% 75%
2019 19,5% 80,5%

Om anticiperen op het wetsvoorstel te voorkomen, is de fiscale verplichting per 31 december 2015 beslissend. Het alsnog toezeggen van een pensioen in 2016 of maatregelen nemen om de verplichting te verhogen, hebben dus geen zin meer. De beruchte fiscale straf bij afkoop, de revisierente van 20%, geldt niet bij de afkoopregeling. Duidelijk is dat BV’s die kunnen afkopen, dat het beste in 2017 kunnen doen.

Afkopen kost liquiditeit

De afkoopregeling is niet voor iedere BV weggelegd. Bij een hoge pensioenverplichting zal er veel loonheffing moeten worden betaald. Dit komt ineens ten laste van de liquiditeit van de BV. Voor de DGA en de BV die niet wil of kan afkopen, komt er een alternatief: de spaarvariant bij uitfasering.

Het alternatief: spaarvariant bij uitfasering

Bij de spaarvariant mogen eerst de (commerciële) pensioenrechten worden afgestempeld naar de fiscale balanswaarde. Deze fiscale balanswaarde wordt zonder loonheffing en vennootschapsbelasting omgezet in een oudedagsspaarverplichting. Na de omzetting mag er geen opbouw meer plaatsvinden. Voordeel van de omzetting in de spaarvariant is dat het verschil tussen commerciële en fiscale waarde verdwijnt. De ruimte voor dividenduitkeringen wordt hierdoor wel makkelijker te bepalen.

Belastingheffing bij spaarvariant

De oudedagsspaarverplichting wordt pas belast bij uitkering. Als u als DGA de pensioenleeftijd bereikt, krijgt u het gespaarde bedrag in 20 jaar in gelijkmatige bedragen uitbetaald. De uitkeringen worden dan progressief belast in box 1.

Waar rekening mee houden?

Het is vrijwel zeker dat u als DGA vanaf 2017 geen nieuw pensioen meer in de BV mag opbouwen. Wat u in de al hebt opgebouwd, mag u drie manieren afwikkelen:

  • Uw pensioenrechten in eigen beheer ongewijzigd laten staan en afwikkelen zoals u met de BV hebt afgesproken.
  • Afkoop voor de fiscale balanswaarde in de jaren 2017, 2018 of 2019. Hierbij wordt in 2017 direct 65,5% van de waarde belast met loon- en inkomstenbelasting. Zoals hierboven is opgemerkt is de heffing in de jaren daarna hoger.
  • Omzetten van de fiscale balanswaarde in een oudedagsspaarverplichting die in de toekomst aan u uitkeert.

Dit zijn voor u als DGA belangrijke aandachtspunten:

  • Bij afkoop en omzetting in de spaarvariant geldt dat ook uw partner hiermee moet instemmen. Mogelijk is hiervoor compensatie nodig. Afkoop of omzetting zijn hiermee in zeker zin geen vrije keuze.
  • Voor een pensioenafkoop moet uw BV voldoende geldmiddelen hebben. Het is verstandig om dit voornemen op te nemen in uw liquiditeitsoverzicht, investeringsvoornemen en voorlopige aanslagen van 2016 en 2017. Bij afkoop in 2017 krijgt u immers de hoogste korting.
  • Afkopen (eenmaal groot bedrag loonheffing) is lang niet altijd fiscaal voordeliger dan het in 20 termijnen afwikkelen van de oudedagsspaarverplichting (spreiding van de loonheffing). Een zorgvuldige fiscale keuze is dus geboden. Een financiële planning geeft inzicht voor een weloverwogen keuze.
Tenslotte

Het is nu zo goed als zeker dat er vanaf 2017 een einde komt aan het pensioen in eigen beheer. Iedere DGA met pensioen in eigen beheer moet een weloverwogen keuze maken. Wordt het afkoop, omzetting in de spaarvariant of reguliere afwikkeling? Neem gerust contact met ons op voor een persoonlijk advies.